In de middeleeuwen dronk men bier of wijn in plaats van water…

Wist je dat men in de middeleeuwen bijna geen water dronk, maar wel bier en wijn?

In de middeleeuwen was het erg slecht gesteld met hygiëne. Riolering en toiletten waren er niet, afval werd op straat gedumpt en een beek of rivier werd als riool gebruikt. De meeste huizen hadden geen stromend water en de mensen waren zich ook niet bewust van hygiëne, waardoor men zich maar weinig waste. Door deze slecht hygiënische omstandigheden was ook het water vaak erg vervuild. Dit vervuilde water zorgde regelmatig voor ziekten en epidemieën, waardoor veel mensen dood gingen. Men werd in de middeleeuwen dan ook vaak niet ouder dan 40 jaar.

Doordat je ziek kon worden van vervuild water, dronk men in plaats van water vaak bier of wijn (wijn afhankelijk van de streek en de klasse). Het water dat gebruikt werd om bier of wijn te maken werd altijd gekookt, waardoor het niet zo vervuild was als het ongekookt ” drink”water.

Omdat bier diende als vervanger voor water, dronk men het veel, soms meer dan 300 liter per jaar (tegenwoordig is dat nog geen 100 liter). Dit was weliswaar bier met weinig alcohol, maar toch bestond naast het grote hygiëne probleem, een alcohol probleem. Zelfs jonge kinderen dronken al bier. De combinatie van de slechte leefomstandigheden (slechte hygiëne), niet kunnen lezen en schrijven, vaak ziek zijn en heel erg hard moeten werken om eten te kunnen betalen door de armoede, was heel vaak dodelijk.