Blauwe vinvis grootste dier dat ooit leefde…

Blauwe Vinvis

Wist je dat het grootste dier dat ooit geleefd heeft de blauwe vinvis is?

De blauwe vinvis kan een lengte tot 35 meter bereiken en kan tot 175 ton wegen. Het dier komt in alle oceanen over de gehele wereld voor. Hij is ook gesignaleerd in de Noordzee, maar in deze zee wordt de blauwe vinvis vermoedelijk zelden waargenomen door de geringe diepte.

De Blauwe Vinvis is een relatief ongevaarlijk dier. Hij leeft uitsluitend van Plankton die het met de vele Baleinen in zijn bek ui het water zeeft. De blauwe vinvis is een bedreigde diersoort. Rond de jaren 60 van de vorige eeuw was de Blauwe Vinvis bijna uitgestorven. De walvisvaart was in die tijd zo intensief dat de populatie Blauwe Vinvissen op een dieptepunt van tussen de 500 en 2000 exemplaren kwam. Deze kleine populatie zorgde voor een hoge notering op de lijst bedreigde diersoorten.

Omdat de jacht op bedreigde diersoorten verboden is, kreeg de populatie Blauwe Vinvis de kans te herstellen. Ondertussen is de populatie wat toegenomen. De populatie wordt momenteel geschat op tussen de 10.000 en 25.000. Maar dit is niets vergeleken met de naar schatting meer dan 300.000 exemplaren die de populatie begin vorige eeuw rijk was.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is dus er nog geen dinosauriër fossiel gevonden dat groter is dan de blauwe vinvis. De grootste dinosaurus die ooit gevonden werd is de Argentinosaurus (hij leefde inderdaad in het huidige Argentinië). Deze dino benaderde met 30 tot 35 meter de Blauwe Vinvis, maar had een gewicht van 80 tot 100 ton, wat niet in de buurt komt van de eerder genoemde 175 ton die een Blauwe Vinvis kan wegen.  Er worden nog zeer regelmatig nieuwe dinosaurus fossielen gevonden dus het is niet ondenkbaar dat er ooit een fossiel gevonden wordt, dat groter is dan de blauwe vinvis.

Zo’n enorm dier heeft uiteraard ook enorme lichaamsdelen en ingewanden. Lees bijvoorbeeld over het hart van de Blauwe Vinvis

De foto linksboven dit artikel is gemaakt door Garret Coakley  (cc via flickr.com)